Selectieve voedselacceptatie

Selectieve voedselacceptatie kenmerkt zich door de extreme wil van een kind om slechts een of enkele  type(n)  voeding te willen accepteren. Allerlei goed bedoelde pedagogische maatregelen leiden dan niet tot een uitbreiding in de acceptatie. Het aanbieden van nieuwe producten levert spanning, angst en verzet bij het kind op. 

Meer en meer worden bij SeysCentra kinderen aangemeld met selectief eetgedrag. Veelal is hierbij in eerste  instantie geen sprake van lichamelijke klachten als gevolg van ondervoeding. Toch ondervinden ouders en kind op den duur veel problemen bij het selectief eetgedrag. 

Kinderen met selectieve voedselacceptatie worden ook wel pickey of fuzzy eaters genoemd. Het beperkte voedingsrepertoire bij deze groep kinderen kan het gevolg zijn van onderliggende problematiek die globaal verdeeld kan worden in 3 groepen: 

  1. De voedselneofobie: hierbij ontwikkelen kinderen een fobische angst voor nieuwe onbekende voedingsproducten . Zij willen daarom graag vasthouden aan bestaande bekende producten. Een behandeling op basis van systematische desensitisatie die bedoeld is om de angst stapsgewijs en geleidelijk aan te laten uitdoven kan erin voorzien dat het voedingsrepertoire van het kind geleidelijk aan uitgebreid wordt. 
  2. ASS problematiek: kinderen die bekend zijn met Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) lopen 3 keer  zoveel kans een selectief eetpatroon te ontwikkelen als kinderen die niet bekend zijn met deze stoornis. Bij deze stoornis is er vaak sprake van rigiditeit in het algeheel functioneren. Dit wel zeggen dat deze kinderen het onvermogen hebben om flexibel met nieuwe dingen en veranderingen om te gaan. Dit uit zich ook vaak in het eten. Daarnaast ervaren  deze groep kinderen ook problemen met de prikkelverwerking (sensorische integratie : SI), waardoor nieuwe (voedings)prikkels moeilijk geduid kunnen worden en angst oproepen. Er kan dan sprake zijn van een  overgevoeligheid  voor tast- , geur- en smaakprikkels. Laatstgenoemde SI-problematiek kan overigens ook los van de ASS problematiek voorkomen en selectieve voedselacceptatie veroorzaken. Het behandelpakket bestaat dan meestal uit een combinatie van een gedragstherapeutisch interventieprogramma, aangevuld met cognitieve technieken en  SI- therapie. 
  3. Post traumatische voedingsstoornis: hierbij hebben kinderen een ingrijpende negatieve voedingservaring opgedaan met een bepaald type voeding. Bijvoorbeeld een verslik- of verstikkingsincident met vastere voeding. Het blijven vasthouden aan  vloeibare veilige voeding kan dan het gevolg zijn. Wanneer het kind en/of ouders in staat zijn dit incident goed te kunnen reconstrueren is behandeling  van dit eettrauma mogelijk via een EMDR procedure.


Deze website maakt gebruik van cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie. [ SLUITEN ]